Binnen een systeem van prestatiebekostiging maken de kapitaallasten in het vrije segment deel uit van de tussen zorgaanbieders en verzekeraars afgesproken integrale prijzen. Voor het gereguleerde segment zal de NZa per 2014 een gedifferentieerde, landelijke kapitaallastenvergoeding in de tarieven opnemen. Hierbij wordt aangesloten bij de gemiddelde kapitaallasten in de sector. Voor de jaren 2012 en 2013 zal de NZa vasthouden aan de manier waarop op dit moment de kapitaallasten in de DBC-tarieven verwerkt zijn (dat wil zeggen door middel van een vaste procentuele opslag). Ten slotte zal de overgangsregeling kapitaallasten die in 2011 is vastgesteld materieel in werking treden. De werkingssfeer van deze regeling beperkt zich echter vooralsnog tot de algemene en academische ziekenhuizen.
Hoe werkt de overgangsregeling kapitaallasten?
Immateriële vaste activa (IVA)
De aan het B-segment toe te rekenen IVA worden in het kader van de huidige overgangsregeling kapitaallasten (beleidsregel NZa, CI-1085) in 3 jaar versneld afgeschreven. Deze regeling blijft onveranderd gehandhaafd.
De in het A-segment opgenomen afschrijvingen voor IVA lopen in 2009 en 2010 ten laste van het budget door. De IVA die dan nog resteren worden ten laste van de budgetten 2010 volledig afgeschreven.
Exploitatie- en restwaardeproblematiek
De gegarandeerde vergoeding die ziekenhuizen onder het huidige regime voor hun kapitaallasten krijgen wordt gedurende de overgangsregeling heel geleidelijk afgebouwd. Zo krijgen ziekenhuizen bij de beëindiging van de budgetbekostiging per 2012 nog 90% van hun kapitaallasten gegarandeerd vergoed. Dit percentage wordt oper 2013 verlaagd naar 85% en in stappen van 5%-punt per jaar vervolgens afgebouwd naar 70% in 2016. De afschrijving van een eventuele restwaarde bij het afstoten van buiten gebruik gestelde gebouwen loopt regulier met het thans toepasselijke jaarlijkse afschrijvingspercentage van de aanschafwaarde in de garantie mee (bouw 2%, verbouwingen uit trekkingsrechten 5%).
Wat is nadeelcompensatie?
Rechtmatig overheidshandelen leidt in de praktijk regelmatig tot schade. Dit valt niet altijd te voorkomen en de overheid is ook niet verplicht om elke schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, te vergoeden. Soms moet dergelijke schade wel worden vergoed. Het is een algemeen aanvaard beginsel dat degene die in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen door rechtmatig overheidshandelen en schade lijdt die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico, daarvoor een compensatie dient te ontvangen. Dit beginsel wordt aangeduid als het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten of het égalitébeginsel.
Nadeelcompensatie is het sluitstuk van rechtmatige besluitvorming. Toekenning van nadeelcompensatie gebeurt bij voorkeur in een afzonderlijk besluit, op basis van een vooraf gepubliceerde - adequate - nadeelcompensatieregeling. Het is een aanspraak welke pas definitief beoordeeld kan worden als de schadeveroorzakende appellabele besluiten onherroepelijk zijn geworden.
Wat is het overgangsregime?
Deze regeling houdt in dat op de kapitaallasten die samenhangen met het B-segment, gedurende een periode van drie jaar via het A-segment (FB-budget) in afnemende mate nacalculatie plaatsvindt volgens het schema 75%-50%-25%. In het vierde jaar zijn de ziekenhuizen ten aanzien van de kapitaallasten dan volledig risicodragend. In bijgaande documenten van de NZa wordt het overgangsregime verder toegelicht.
Wat is de hardheidsclausule?
In de beleidsregel "overgangsregeling kapitaallastenvergoeding ziekenhuizen" van de NZa is ook een hardheidsclausule opgenomen. Een hardheidsclausule biedt de mogelijkheid om in die gevallen waarin de overgangsregeling gegeven de doelstelling en de strekking toch een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, een onderdeel van het traject buiten toepassing te verklaren of daarvan af te wijken.
In Kamerbrief advies commissie nadeelcompensatie en kapitaallasten heeft Minister Klink geschreven dat bij een beroep op de hardheidsclausule aangetoond moet worden dat de instelling in zijn voortbestaan wordt bedreigd. Ook moet er een relatie zijn met het opheffen van de nacalculatie op kapitaallasten.
Waarop is de overgangsregeling kapitaallasten van toepassing?
De overgangsregeling is van toepassing op de kapitaallasten(d.w.z. afschrijvingen gebouwen en rente) in het huidige A-segment bij volledige beëindiging van budgetbekostiging (ook over het deel van de zorg dat vanaf 2012 wordt overgeheveld naar het vrije segment).
Voor het huidige B-segment van circa 34% blijft de overgangsregeling van toepassing die sinds 2008 geldt, waarbij de kapitaallasten die toegerekend worden aan het B-segment (en die dus niet langer volgens de budgetbekostiging worden nagecalculeerd) gedurende een periode van 3 jaar met een afnemend percentage alsnog worden nagecalculeerd.
Hoe verhoudt het transitiebedrag-model voor de overgang van budget- naar prestatiebekostiging zich tot de overgangsregeling kapitaallasten?
De overgangsregeling kapitaallasten betreft een zogenaamde suppletieregeling.
Indien instellingen – na invoering van prestatiebekostiging – een kleiner deel van hun kapitaallasten krijgen vergoed dan het geval was onder het oude systeem, krijgen ze gedurende bepaalde periode het verschil (met een aflopend percentage) aangevuld.
Bij het bepalen van de suppletie houdt de NZa rekening met de vergoeding die een instelling ontvangt in het kader van andere overgangsregelingen die samenhangen met wijzigingen in het bekostigingsmodel,